Motoröl zeichen im auto: wat betekent elk symbool?
Het motoröl zeichen in je auto is het oliesymbool op je dashboard, en het vertelt je direct iets over de toestand van de motorolie. Ziet het er geel of oranje uit, dan is de oliestand waarschijnlijk te laag. Brandt het rood, dan is er mogelijk een probleem met de oliedruk en moet je meteen stoppen. Elk symbool heeft een andere betekenis, en die vergissen is niet zonder risico.
Welke motoröl zeichen zijn er in een auto?
De meeste auto’s hebben twee oliegerelateerde waarschuwingslichten. Ze lijken op elkaar, maar betekenen iets heel anders:
- Oliestand symbool (geel of oranje): Een oliekan met een druppel ernaast. Dit licht geeft aan dat het oliepeil in het carter te laag is. Je motor draait nog, maar je moet zo snel mogelijk olie bijvullen.
- Oliedruk symbool (rood): Dezelfde oliekan, maar nu zonder druppel en vaak met een uitroepteken of golflijn. Dit signaal betekent dat de oliedruk te laag is. Stop dan zo snel mogelijk veilig aan de kant, zet de motor uit en laat de auto controleren. Verder rijden kan de motor ernstig beschadigen.
Sommige modernere auto’s tonen ook een temperatuurwaarschuwing voor de olie, die op een thermometer lijkt. Dat is weer een apart signaal en heeft te maken met olieoververhitting, niet met het peil of de druk.
Wat het verschil in kleur zegt
De kleur van het motoröl zeichen in je auto is geen toeval. Geel of oranje betekent: er is een aandachtspunt, maar het is niet urgent. Rood betekent: stop nu. Dit kleurensysteem geldt voor bijna alle Europese auto’s en is zo ontworpen dat je in één oogopslag weet hoe ernstig de situatie is.
Brandt het gele olielampje, dan heb je doorgaans nog een kleine marge. Je kunt in de meeste gevallen nog voorzichtig naar een tankstation of garage rijden om olie bij te vullen of het peil te laten controleren. Bij rood geldt dat niet: doorgaan met rijden kan al binnen enkele minuten leiden tot motorschade die honderden tot duizenden euro’s kost.
Wat doe je als het oliesymbool brandt?
Bij geel of oranje: parkeer de auto veilig, wacht een paar minuten zodat de olie terugloopt naar het carter, en controleer het oliepeil met de meetpeilstok. De peilstok heeft twee markeringen, min en max. Staat het niveau onder de min-streep, dan vul je bij met het type olie dat in het instructieboekje staat. Dat is belangrijk: niet elke olie is geschikt voor elke motor.
Bij rood: stop zo snel als veilig mogelijk is, zet de motor uit en start hem niet opnieuw. Controleer het oliepeil, maar ook al staat dat goed, dan is er mogelijk een defect aan de oliedrukpomp of een lekkage. Bel in dat geval een wegenwacht of garage. Dit is geen situatie om zelf op te lossen met een flesje olie.
Hoe voorkom je dat het motoröl zeichen aangaat?
Controleer het oliepeil elke twee tot vier weken, zeker bij oudere auto’s die meer olie verbruiken. Doe dit altijd als de motor koud is en de auto op een vlakke ondergrond staat. Zo krijg je een betrouwbare meting. Laat ook bij elke grote onderhoudsbeurt de olie en het oliefilter vervangen, op het interval dat de fabrikant aangeeft, meestal elke 10.000 tot 30.000 kilometer afhankelijk van het type olie en de motor.
Let ook op of je regelmatig olie verliest zonder duidelijke oorzaak. Blauwe rook uit de uitlaat of olievlekken op de oprit kunnen wijzen op een lek of slijtage aan de motor. In dat geval is een controle bij een garage verstandiger dan alleen blijven bijvullen.
Het motoröl zeichen in je auto is klein maar veelzeggend. Geel geeft je nog ruimte om actie te ondernemen, rood vraagt om direct stoppen. Wie dat verschil kent en snel handelt, voorkomt dure motorschade en houdt zijn auto langer in goede staat.
